Bel ons op +31 88 23 02 300

Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG)

Samenvatting

Op dit moment (2018) heeft de werknemer van wie de partner bevallen is van een kind gedurende vier weken na de bevalling recht op twee dagen kraamverlof vanaf de eerste dag dat het kind feitelijk bij de moeder woont. Onder partner wordt verstaan de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont, of degene van wie de werknemer het kind erkent. Daarnaast heeft de werknemer een onvoorwaardelijk recht op drie dagen ouderschapsverlof gedurende vier weken na het kraamverlof.

Het voorliggende wetsvoorstel van het Kabinet beoogt een verruiming van het verlof naar eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met loondoorbetaling door de werkgever, en aanvullend vijf maal de wekelijkse arbeidsduur op basis van een uitkering van UWV, op te nemen binnen zes maanden na de geboorte van het kind.

Dit levert volgens het Kabinet een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de band tussen de partner en zijn of haar kind. Een ruimer kraamverlof vergroot tevens de kansen van vrouwen op de arbeidsmarkt, omdat er minder verschil zit in de duur van verlof voor beide ouders. Tevens draagt het wetsvoorstel bij aan het ontstaan van een meer evenwichtige balans in de verdeling van arbeid en zorgtaken tussen de partners in het huishouden, waardoor vrouwen meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en hun arbeidsduur op peil te houden. Als de partners, veelal mannen, meer deelnemen aan de zorg, bevordert dat hun band met het kind.

Het wetsvoorstel is op 2 oktober 2018 aangenomen door de Tweede Kamer. Een motie over het toekennen van rouwverlof heeft het niet gehaald. Op 13 november heeft de Eerste kamer ingestemd met het wetsvoorstel.

Uitwerking

Op grond van het wetsvoorstel heeft de werknemer vanaf 1 januari 2019 c.q. 1 juli 2020 recht op:

Calamiteitenverlof

  • Op de dag(en) van de geboorte

Geboorteverlof

  • Vijf maal de wekelijkse arbeidsduur
  • Op te nemen nadat het geboorteverlof is opgenomen
  • Binnen zes maanden na de geboorte
  • Indien verzekerd voor de Ziektewet heeft de werknemer recht op een uitkering van UWV van 70% van het (gemaximeerde) dagloon
  • Op grond van zwaarwegend organisatiebelang kan de werkgever het verlof anders inroosteren

Ouderschapsverlof

  • 26 maal de wekelijkse arbeidsduur, onbetaald

Ook de mogelijkheden voor adoptie- en pleegzorgverlof worden verruimd. Om de band met het kind te versterken wordt dit verlof uitgebreid van vier weken onbetaaldverlof naar zes weken.

De beoogde invoeringsdatum van het wetsvoorstel is 1 januari 2019 voor het geboorteverlof en het adoptie- en pleegzorgverlof, en 1 juli 2020 voor het aanvullend geboorteverlof. Het aanvullend geboorteverlof kan niet eerder worden ingevoerd in verband met de tijd die UWV nodig heeft voor aanpassing van processen (uitkering en handhaving) en systemen.

Wat betekent dit voor werkgevers?

  • Alle werkgevers, incl. overheid, betalen het loon door gedurende het geboorteverlof
  • Werknemers vragen het aanvullend geboorteverlof aan bij hun werkgever, nadat het geboorteverlof is opgenomen
  • De werkgever vraagt namens de werknemer een uitkering aan bij UWV
  • UWV controleert de aanvraag met behulp van de Basisregistratie Personen; een wettelijke basis moet nog worden gelegd
  • UWV betaalt de uitkering aan de werkgever
  • De werkgever geeft de uitkering door aan de werknemer
  • De uitkering die aan de werknemer wordt verstrekt bedraagt 70% van het dagloon (tot aan 70% van het gemaximeerde dagloon); het loon wordt dus niet volledig gecompenseerd door de uitkering
  • Afwijking bij cao in het nadeel van de werknemers is niet mogelijk
  • Bij cao of anderszins kunnen wel aanvullende afspraken worden gemaakt over verlenging van het geboorteverlof of verhoging van de vergoeding van het aanvullende geboorteverlof
  • In enkele cao’s zijn al in 2018 afspraken gemaakt over verlenging van het geboorteverlof zoals dat in 2019 wet zal worden