Bel ons op +31 88 23 02 300

De WAB, premiedifferentiatie en het schriftelijkheids-vereiste, ‘oude gevallen’

Werkgeversorganisaties hebben bij Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de bel getrokken over de problemen die werkgevers hebben om te voldoen aan de administratieve vereisten die onderdeel zijn van WW-premiedifferentiatie naar de aard van het contract, met name het schriftelijkheidsvereiste. Door middel van een brief aan de Tweede Kamer heeft de minister, mede namens de Staatssecretaris van Financiën gereageerd.

Waar gaat het om. Niet alle werkgevers hebben het gebruik hebben om arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd op schrift te stellen. Het is bij sommige ondernemingen bijvoorbeeld gebruikelijk om, als na een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een overeenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangegaan, geen nieuwe arbeidsovereenkomst op te maken. In plaats daarvan stuurt de werkgever de werknemer een bevestiging per brief of e-mail dat de overeenkomst voor bepaalde tijd is overgegaan in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Om voor deze werknemers de lage WW-premie af te mogen dragen, zal de werkgever alsnog een schriftelijke arbeidsovereenkomst moeten opmaken, door beide partijen ondertekend, waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor de lage WW-premie (een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, niet zijnde een oproepovereenkomst) is voldaan. Om de administratieve lasten te beperken is geregeld dat werkgevers in zulke situaties niet een geheel nieuwe arbeidsovereenkomst hoeven op te maken, maar kunnen volstaan met een schriftelijk, door beide partijen ondertekend addendum bij de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst.

Werkgeversorganisaties hebben de minister aangegeven dat niet alle werkgevers in staat zullen zijn om vóór 1 januari 2020 een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of een door beide partijen ondertekend schriftelijk addendum voor al hun vaste werknemers in hun loonadministratie op te nemen.

In samenspraak met de Belastingdienst geeft de minister werkgevers daarom drie maanden extra de tijd om te voldoen aan deze administratieve vereisten voor de lage WW-premie.

Concreet betekent dit het volgende:

  • werkgevers mogen op 1 januari 2020 de lage WW-premie afdragen, ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepovereenkomst) nog niet schriftelijk is vastgelegd,
  • of als de arbeidsovereenkomst of het addendum nog niet door beide partijen is ondertekend;li>
  • in zulke situaties kunnen werkgevers in de loonaangifte de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ vullen met 'ja'
  • deze coulance geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die voor 1 januari 2020 in dienst zijn getreden;
  • voor andere arbeidsovereenkomsten geldt de coulance niet;
  • uiterlijk voor 1 april 2020 dient voor deze werknemers de door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of het door beide partijen ondertekende schriftelijke addendum in de loonadministratie aanwezig te zijn en moet daaruit blijken dat de werknemer reeds op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was;
  • als niet voor 1 april 2020 aan deze voorwaarden is voldaan maar de arbeidsovereenkomst wel voortduurt na 31 maart, is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

Concreet betekent dit dat werkgevers op de kortst mogelijke termijn dienen te starten met een inventarisatie van de arbeidsovereenkomsten van de werknemers, en daarna actie moeten ondernemen om te voldoen aan de boven beschreven eisen.

De 'Digitale handtekening' van Visma Raet kan ondersteuning bieden bij een efficiënt tekenproces.