Bel ons op +31 88 23 02 300

Recht op lage-inkomensvoordeel

Algemeen

Om de arbeidskansen voor mensen met een laag inkomen te vergroten is op 1 januari 2017 het lage-inkomensvoordeel (LIV) geïntroduceerd. Het gaat hier om een financieel voordeel voor werkgevers die een werknemer in dienst nemen of houden die het wettelijk minimumloon verdient of net iets meer. De regeling is onderdeel van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Recht op lage-inkomensvoordeel

Werkgevers hebben recht op het LIV voor werknemers als ze voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon zoals geldt voor een werknemer van 23 jaar of ouder.
  • In de aangifte loonheffingen voor deze werknemer minimaal 1248 verloonde uren in het kalenderjaar zijn vermeld.
  • De werknemer de AOW gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.

Hoogte lage-inkomensvoordeel

De hoogte van het LIV kan oplopen tot maximaal € 2.000,00 per jaar. Het gemiddeld uurloon van een werknemer berekent u door het jaarloon voor sociale verzekeringen (loon sv) te delen door het aantal verloonde uren.

Voor het jaar 2019 gelden de volgende bedragen:

 Gemiddeld uurloon 2019  LIV per werknemer per verloond uur  Maximale LIV per werknemer per jaar (40-urige werkweek)
 € 10,05 - € 11,07  € 1,01  € 2.000,-
 € 11,07 - € 12,58  € 0,51  € 1.000,-
 Maximaal    

Aanvragen lage-inkomensvoordeel

Het LIV hoeft men niet aan te vragen. Het wordt automatisch berekend op basis van de verloonde uren en het sv-loon die men opgeeft in de loonaangifte.

Het UWV beoordeelt op basis van de gegevens uit de loonaangifte of de werkgever in aanmerking komt voor het LIV, voor welke werknemers en de hoogte van het bedrag.

Verloonde uren

Het is dan ook van groot belang om de verloonde uren goed bij te houden, zowel voor het recht op als voor de hoogte van het LIV.

Als verloonde uren worden aangemerkt: De contracturen, dat wil zeggen alle uren die met de werknemer overeengekomen zijn. Hieronder vallen ook de niet gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren, zoals verlof en ziekte. Maar ook uitbetaalde overuren en uitbetaalde verlofuren.

Daarentegen behoren niet tot de verloonde uren de onbetaalde, niet gewerkte uren, zoals onbetaald verlof en de uren die men wel werkt maar waartegenover geen loon staat, zoals onbetaalde overuren, en ADV uren.

Op de site van de belastingdienst kan men de brochure Verduidelijkingen CBS/UWV/Belastingdienst m.b.t verloonde uren downloaden. In deze brochure staat een duidelijke uitleg over de looncomponenten welke invloed hebben op de verloonde uren.

In ons artikel Verloonde uren op onze kennissite hebben we dit verder uitgewerkt.

Hoe werkt het?

Voor de berekening van het LIV gaat UWV uit van gegevens uit de loonaangiften over een kalenderjaar zoals die uiterlijk op 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar zijn ingediend.

  • UWV verstrekt in dat jaar de werkgevers die uiterlijk 31 januari aangiften en correcties hebben ingediend, vóór 15 maart een voorlopige berekening van het LIV.
  • De werkgevers hebben tot 1 mei de tijd tot het indienen van correcties via de loonaangifte.
  • De inspecteur van de belastingdienst geeft voor 1 augustus een definitieve beschikking af.
  • Betalingen volgen binnen zes weken na afgifte beschikking.
  • De inspecteur is bevoegd de beschikking te herzien op grond van het vermoeden dat de beschikking is afgegeven op basis van onjuiste of onvolledige gegevens.
  • De inspecteur kan in die gevallen tot terugvordering overgaan en tegelijkertijd een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 1.319 per verzoek of per werknemer per jaar.

Jeugd-LIV

Het jeugd-LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die jongeren in dienst hebben van 18 tot en met 21 jaar die het minimumjeugdloon verdienen. Het jeugd-LIV bestaat sinds 1 januari 2018. Het vaststellen van de tegemoetkoming vindt voor het eerst plaats in 2019.

Het jeugd-LIV is het gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon per 1 juli 2017. Doel van het jeugd-LIV is werkgevers te compenseren voor het feit dat jongeren van 18 tot en met 21 jaar duurder worden door de verhoging van het minimumjeugdloon. Werknemers van 22 jaar vallen onder het ‘gewone’ LIV, omdat zij door de aanpassingen van het minimumjeugdloon recht krijgen op het (volle) minimumloon.

Sinds 1 juli 2019 verdienen 21-jarigen het gewone minimumloon. De leeftijd op 31 december 2018 bepaalt het bedrag per verloond uur in 2019. Ook bij het jeugd-LIV wordt het voordeel berkend op basis van de verloonde uren. Het proces is identiek aan dat van het gewone LIV.

Leefdtijd op 31 december 2018

Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur in 2019 Maximale Jeugd-LIV per werknemer in 2019 
18   € 0,13  € 270,40
 19  € 0,16  € 332,80
 20  € 0,59  € 1.227,20
 21  € 0.91  € 1.892,80

Gevolgen pensioenakkoord voor LIV

In 2020 zullen zowel het LIV als het jeugd-LIV worden gehalveerd. Het jeugd-LIV zal vervolgens in 2024 worden afgeschaft. De maatregelen zijn het gevolg van het principe-akkoord dat het kabinet, de werkgevers en de vakbonden hebben gesloten over de hervorming van het pensioenstelsel. Dit staat in de Kamerbrief principe-akkoord vernieuwing pensioenstelsel en in het Wetsvoorstel temporisering verhoging AOW-leeftijd. Met de begrote € 200 miljoen aan besparingen moet een deel van de kosten van het pensioenakkoord worden gedekt.

Informatie

Gedetailleerde informatie is te vinden in het kennisdocument op de website van de Rijksoverheid.