Bel ons op +31 33 45 06 506

Prinsjesdag 2016: wat betekent dat voor u?

20 september 2016

Dinsdag 20 september presenteerde het kabinet haar plannen voor het komende jaar. Wat gaat er u voor als werkgever veranderen? En wat betekenen de maatregelen voor uw medewerkers? Onze experts op het gebied van wet- en regelgeving zetten de belangrijkste wijzigingen alvast voor u op een rij.

Bekijk de infographic en lees meer over de volgende onderwerpen:

  • Wijzigingen in het schijventarief
  • Aanpassingen in het minimumloon
  • Wet Werk en Zekerheid
  • Vereenvoudiging beslagvrije voet
  • Lage-inkomensvoordeel
  • Wet Aanpak Schijnconstructies
  • Verhoging ouderenkorting
  • Auto van de zaak

 1. Belastingtarieven 

De heffingspercentages in de tweede en derde schijf worden beide verhoogd van 40,4 procent naar 40,8 procent. Daarnaast is de arbeidskorting verhoogd terwijl het afbouwpercentage voor de arbeidskorting is verlaagd van 4,0 procent naar 3,6 procent. 

 

  2016     2017  
 Belastingschijf  Jaarinkomen Heffing   Jaarinkomen  Heffing
 schijf 1  € 0 t/m € 19.992  36,55%  € 0 t/m € 19.982  36,55% 
 schijf 2  € 19.993 t/m € 33.715   40,4%  € 19.983 t/m € 33.791  40,8% 
 schijf 3  € 33.716 t/m € 66.421  40,4%  € 33.792 t/m € 67.072  40,8% 
 schijf 4  € 66.422 of meer  52%  € 67.073 of meer  52%

 

Dit verandert er voor u als werkgever

  • De wijzigingen worden opgenomen in de loonbelastingtabellen die de Belastingdienst in januari publiceert. De wijzigingen worden uiteraard ook verwerkt in de rekenregels die wij hanteren in onze salarissoftware.

Dit verandert er voor uw medewerkers

  • Bij gelijkblijvend salaris betalen uw medewerkers iets minder belasting maar houden zij netto ongeveer hetzelfde over.

 

2. Aanpassingen in minimumloon

Jongeren verdienen een eerlijke kans in de samenleving en daarbij hoort een fatsoenlijk loon. De huidige vormgeving van het minimumjeugdloon sluit daar niet meer bij aan. Naar verwachting zal vanaf 1 juli 2017 de leeftijd waarop het wettelijk minimumloon ingaat worden verlaagd naar 22 jaar. Het minimumloon voor jongeren van 18 jaar en ouder zal vanaf 2017 worden verhoogd. 

Dit verandert er voor u als werkgever: 

  • De leeftijdsgrens voor het minimumloon gaat van 23 naar 22 jaar en als er geen negatieve effecten zijn op de werkgelegenheid van jongeren zal de leeftijd automatisch zakken naar 21 jaar. 
  • U krijgt te maken met een compensatieregeling voor de extra kosten.

 Dit verandert er voor uw medewerkers:

  • Zij zijn verzekerd van een sociaal aanvaardbare beloning.
  • Jonge medewerkers komen eerder in aanmerking voor minimumloon.
  • Medewerkers van 18 t/m 20 jaar krijgen loonsverhoging.

  •  
  • Dit verandert er voor uw medewerkers
  • - Zij zijn verzekerd van een sociaal aanvaardbare beloning
    - Jonge medewerkers komen eerder in aanmerking voor minimumloon
    - Medewerkers van 18 t/m 20 jaar krijgen loonsverhoging

3. Twee wijzigingen in de WWZ 

De tussenpoos van zes maanden in de keten wordt verlaagd naar drie maanden voor flexwerkers bij seizoenswerk. 

Een andere wijziging is dat werkgevers een compensatie krijgen voor de wettelijke transitievergoeding na langer dan twee jaar ziekte.

Seizoensgebonden werk
Flexwerkers kunnen in twee jaar tijd maximaal drie arbeidscontracten hebben, daarna moet de werkgever de flexwerker een vast dienstverband aanbieden, het dienstverband beëindigen of ze na tussenpoos van zes maanden een nieuwe keten aanbieden. Deze tussenpoos van zes maanden kan bij CAO worden teruggebracht tot een tussenpoos van drie maanden indien er sprake is van seizoensgebonden werk. 

4. Vereenvoudiging beslagvrije voet

Het vaststellen van de beslagvrije voet wordt eenvoudiger. Het aantal gegevens dat nodig is voor de bepaling van de beslagvrije voet gaat omlaag. In de huidige situatie worden tal van gegevens opgevraagd bij werknemer en werkgever. In de nieuwe situatie wordt het aantal gegevens sterk verminderd en gehaald uit de basisregistratie en de polisadministratie. De implementatie vindt plaats in 2017, de ingangsdatum is in 2018.

5. Lage-inkomensvoordeel

Een werkgever heeft recht op een lage-inkomensvoordeel indien hij een werknemer in dienst heeft waarbij in een kalenderjaar ten minste 1248 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte en deze werknemer niet meer dan 125% van het minimumloon verdient.

Het lage inkomensvoordeel bedraagt:

% minimumloon  Maximaal  Per uur (38 uur)
 100% - 110%  2000,00  1,01
 110% - 120%  1000,00  0,51

6. Wet aanpassing schijnconstructie (WAS)

Vanaf 1 januari 2017 betalen werkgevers een netto equivalent van het volledige minimumloon. Alle constructies zijn verboden waarbij werkgevers minder dan het hele minimumloon betalen. Bij algemene maatregel van bestuur wordt een uitzondering gemaakt voor huisvestingskosten en de kosten voor de zorgverzekering. Aan het kunnen inhouden van deze kosten op het minimumloon zullen wel voorwaarden verbonden worden.

Ook voor de arbeidsbeperkte werknemers wordt een uitzondering gemaakt. Voor deze groep werknemers zullen meer betalingsverplichtingen onder deze uitzondering komen te vallen, namelijk huisvestingskosten, de zorgverzekeringspremie, kosten voor nutsvoorzieningen en gemeentelijke en waterschapslasten.

Dit verandert er voor u als werkgever:

  • Vanaf 1 januari 2017 bent u verplicht om het volledige netto wettelijk minimumloon uit te betalen. Er mogen alleen volgens de wet verplichte of toegestane bedragen worden ingehouden, zoals belastingen en premies. Uitzonderingen hierop vormen, onder bepaalde voorwaarden, huisvestingskosten en de kosten voor zorgverzekeringen.

Dit verandert er voor uw medewerkers:

  • Het wordt voor medewerkers duidelijk welke netto-vergoedingen zij krijgen.
  • Er is geen sprake meer van verborgen inhoudingen die tot een lager nettosalaris leiden.

7. Verhoging ouderenkorting

De ouderenkorting wordt per 1 januari 2017 €1292,= een verhoging ten opzichte van 2016 met €105,- Met deze verhoging van de ouderenkorting wordt de koopkracht van pensioengerechtigden structureel verbeterd.

8. Auto van de zaak

De overheid vereenvoudigt stapsgewijs de fiscale waardering van de auto van de zaak. Het aantal categorieën wordt het komend jaar versneld teruggebracht. Vanaf 2017 bestaat er alleen nog onderscheid tussen nul-emissie-auto’s en overige auto’s. Vanaf 2017 vallen alleen de nul-emissie auto’s (volledig elektrisch of waterstofauto) nog onder de 4% bijtelling. Alle andere (zuinige) auto’s vallen onder 22% bijtelling. 

De fiscale bijtellingspercentages voor nieuw aan te schaffen bedrijfsauto’s veranderen per 1 januari 2017 als volgt:


2016 fiscale bijtelling  2017-2020 fiscale bijtelling 
Nul-emissie   4%  4%
 Hybride  15%  22%
 Zuinig  21%  22%
 Overig  25%  22%
Raet HR Benchmark 2017

Raet HR Benchmark 2017

Voor welke uitdagingen staat HR in 2017? Zijn medewerkers echt vertrouwd met HR-apps? Wat zijn de grootste zorgen van bestuurders? Wat merken ZZP'ers van de wet DBA? Lees het in de Raet HR Benchmark. Ga naar de speciale benchmark site. 

Bekijk de onderzoeksresultaten
Academy

Meld u aan voor onze wet- en regelgevings seminars

In één dag bijgepraat worden over de wijzigingen voor 2017. En kunt u hulp gebruiken bij het jaarwerk? Meld u dan aan voor een van onze seminars.

Meld u nu aan

Volg ons

Tussen 27 juni en 6 juli vinden de Raet Zorgdagen voor klanten weer plaats op vier locaties. Meld u nu aan: https://t.co/nl73rVBHMN