Bel ons op +31 33 45 06 506

Recht op lage-inkomensvoordeel

Om de arbeidskansen voor mensen met een laag inkomen te vergroten is er vanaf 1 januari 2017 het lage-inkomensvoordeel (LIV). Het gaat hier om een financieel voordeel voor werkgevers die een werknemer in dienst nemen of houden die het wettelijk minimumloon verdient of net iets meer.

Werkgevers hebben recht op het LIV voor werknemers als ze voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon zoals geldt voor een werknemer van 23 jaar of ouder.
  • In de aangifte loonheffingen voor deze werknemer minimaal 1248 verloonde uren in het kalenderjaar zijn vermeld.
  • De werknemer de AOW gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.

Hoogte lage-inkomensvoordeel

Het gemiddeld uurloon van een werknemer berekent u door het jaarloon te delen door het aantal verloonde uren.

Voor het jaar 2017 gelden volgende bedragen:

 Gemiddeld uurloon over 2017*                               

LIV per werknemer per verloond uur

Maximale LIV per werknemer Per jaar (40 urige werkweek)

 Euro 9,54 tot maximaal  Euro 10,49  Euro 1,01  Euro 2.000,-
 Euro 10,50 tot maximaal Euro 11,92  Euro 0,51  Euro 1.000,-

*De gemiddelde uurlonen over 2017 betreffen voorlopige bedragen, in mei 2017 worden de definitieve bedragen bekend gemaakt.

Aanvragen lage-inkomensvoordeel

Het LIV hoeft u niet apart aan te vragen, dit gebeurt automatisch op basis van de verloonde uren en het SV-loon die u opgeeft in de loonaangifte.

Het UWV beoordeelt op basis van de gegevens uit de loonaangifte of de werkgever in aanmerking komt voor het LIV, voor welke werknemers en de hoogte van het bedrag.

Verloonde uren 

Het is dan ook van groot belang om de verloonde uren goed bij te houden, zowel voor het recht op als voor de hoogte van het LIV.

Als verloonde uren worden aangemerkt:

De contracturen, dat wil zeggen alle uren die met de werknemer overeengekomen zijn, hieronder vallen ook de niet gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren zoals verlof en ziekte. Maar ook uitbetaalde overuren en uitbetaalde verlofuren.

De onbetaalde, niet gewerkte uren, zoals onbetaald verlof en gewerkte uren werkt waar geen loon tegenover staat, zoals onbetaalde overuren, en ADV uren behoren niet tot de verloonde uren.

Op de site van de belastingdienst vindt u de brochure Verduidelijkingen CBS/UWV/Belastingdienst. In deze brochure staat een duidelijke uitleg over de looncomponenten die invloed hebben op de verloonde uren.

Meer informatie leest u ook in het artikel Verloonde uren op onze website.

Hoe werkt het?

Voor de berekening van het LIV gaat UWV uit van gegevens uit de loonaangiften over een kalenderjaar zoals die uiterlijk op 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar zijn ingediend.

  • UWV verstrekt in dat jaar de werkgevers die uiterlijk 31 januari aangiften en correcties hebben ingediend, vóór 15 maart een voorlopige berekening van het LIV.
  •  De werkgevers hebben tot 1 mei de tijd tot het indienen van correcties via de loonaangifte.
  •  De inspecteur van de belastingdienst geeft voor 1 augustus een definitieve beschikking af.
  •  Betalingen volgen binnen zes weken na afgifte beschikking.
  •  De inspecteur is bevoegd de beschikking te herzien op grond van het vermoeden dat de beschikking is afgegeven op basis van onjuiste of onvolledige gegevens.
  •  De inspecteur kan in die gevallen tot terugvordering overgaan en tegelijkertijd een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste Euro 1.319 per verzoek, per jaar.